Donderdag 16 oktober: Ouwerkerk

Watersnoodmuseum maakt verhalen los

Van onze verslaggever: Joost van der Spek

De Week van de Geschiedenis bus heeft op weg naar het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk behoorlijk last van de harde wind. Maar gelukkig waait het lang niet zo hard als in die nacht in februari 1953, toen 1836 mensen omkwamen door het wassende water.

Veilig aangekomen bij het museum, dat is gevestigd op de plek waar het laatste gat in de dijk werd gedicht, vallen we met onze neus in de geschiedenis. In een hoekje van het museum is een gezellige tafel ingericht. Aan tafel zit opa Vette met twee van zijn kleinkinderen. Hij vertelt hen over die rampdagen nu 55 jaar geleden.

De oude visser uit Yerseke is de laatste die nog het verhaal kan vertellen van zijn vissersboot. De dagen na ramp heeft hij met zijn schip op het eiland Schouwen-Duiveland tientallen, zo niet honderden, mensen het leven heeft gered. ‘Wees voorzichtig, het kan morgen weer gebeuren’, waarschuwt de nu 87-jarige opa zijn kleindochter met een Zeeuwse tongval. Zij is onder de indruk haar grootvaders verhaal, maar gelooft niet dat het zo’n vaart zal lopen.

 

Het verhaal van opa Vette maakt onderdeel uit van ‘Het verhaal van een grote ramp’ dat het Watersnoodmuseum voor de Week van de geschiedenis heeft georganiseerd. Dagelijks komen grootouders hun kleinkinderen over de Watersnoodramp vertellen.

‘Het is ongelofelijk wat dit heeft losgemaakt’, vertelt de spraakzame voorzitter van het museum, Jaap Schoof. ‘Na ons verzoek zeiden grootouders eerst vaak dat hun kleinkinderen geen interesse zouden hebben. Maar vervolgens belden ze terug en bleken die families het al dagenlang alleen nog maar over de ramp te hebben.’ Om de verhalen voor het nageslacht te bewaren, maakt het museum filmopnames van alle verhalen.

De wind is iets gaan liggen, dus kan de Week van de Geschiedenis bus met een gerust hart op weg naar huis.

Nacht van de Geschiedenis